Profielschets GMR

De verantwoordelijkheid van bestuur en scholen is de afgelopen jaren flink toegenomen. Met de invoering van de "Lumpsumfinanciering" op 1 augustus 2007 zijn de verantwoordelijkheden van het bestuur vergroot.
Hiermee is de rol van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad ook belangrijker geworden. Dit heeft geleid tot de invoering van de Wet Medezeggenschap Scholen waarin diverse bevoegdheden op GMR-niveau zijn komen te liggen. Bevoegdheden en de rol van personeel en ouders in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden sterker en krijgen een eigen plek, omdat het verleggen van de verantwoordelijkheid bij school en bestuur een intensievere betrokkenheid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vereist. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zal vooral een kritische, een professionele en een efficiënte sparringpartner moeten zijn die zich actief dient op te stellen.

 

 

Wat mag er verwacht worden van een GMR-lid:

  • Om de continuïteit te waarborgen wordt van een GMR-lid verwacht om langere tijd zitting te nemen in de GMR.
  • Een GMR-lid is onafhankelijk en dient onafhankelijk van de eigen school te handelen en dient zich in te zetten voor het algemeen belang. Een GMR-lid is wel een vertegenwoordiger van een groep scholen, maar dient zich alleen bezig te houden met bovenschoolse zaken.
  • Om de taken van de GMR goed uit te kunnen voeren is het van groot belang dat een GMR-lid contact heeft met ouders en personeelsleden van de groep scholen welke hij of zij vertegengenwoordigt. Een GMR-lid zal zich, als belangenbehartiger, moeten laten voeden door de achterban.
  • Een GMR-lid heeft op hoofdlijnen financieel inzicht. Dit betekent niet dat het GMR-lid de nieuwe bekostigingsregels uit het hoofd moet leren, of zich moet laten omscholen tot een financiële specialist, maar het gaat er om dat een GMR-lid, aan de hand van de begroting en het financieel jaarverslag zich een beeld kan vormen van het bestuursbeleid.
  • Een GMR-lid is actief, heeft visie en is bereid deel te nemen aan alle GMR-activiteiten om zodoende deskundig te kunnen adviseren/instemmen bij beleidsontwikkelingen. Verwacht mag worden dat een GMR-lid doorvraagt als bepaalde stukken of keuzes onduidelijk zijn. Tevens mag verwacht worden dat een GMR-lid de antwoorden die hij krijgt, weegt vanuit de eigen verantwoordelijkheid en daarbij het belang van de scholen, het personeel en de leerlingen voor ogen heeft.

 

Wat mag een GMR-lid verwachten van de GMR:

  • Van de GMR mag verwacht worden dat een nieuw GMR-lid wordt opgevangen, wordt ingewerkt en zonodig wordt geschoold. Dit betekent dat er voor het nieuwe GMR-lid een inwerkprogramma is en dat een GMR- lid zonodig kan worden opgeleid.
  • Van de GMR mag verwacht worden dat deze een draaiboek heeft. In het draaiboek staat in ieder geval beschreven:
    -Dat de voorzitter en secretaris zo nodig bijeen komen in een voorbespreking
    -Wat er minimaal in een agenda moet staan
    -Dat een agenda en de notulen tijdig naar de leden dient te worden verzonden
    -Welke consequenties er zijn en voor welke partij
    -Een lijst met alle vertegenwoordigers van de GMR
  • Van de GMR mag verwacht worden dat zij een evenredige verdeling maakt bij het formeren van een werkgroep. In het kader van het inwerken van een nieuw lid dient er bij de vorming van een werkgroep een evenredige verdeling te zijn tussen ervaren leden en nieuwe leden, zodat het nieuwe lid gaandeweg ingewerkt wordt.

Wat mag de GMR verwachten van het bestuur:

  • Van het bestuur mag verwacht worden dat zij de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad als een kritische, een professionele en een efficiënte sparringpartner ziet. Bij een goed partnerschap behoort dan ook een bestuur dat zich hierin proactief opstelt. Uitgangspunt is daarbij dat gestreefd wordt naar overeenstemming waarbij zowel bestuur als GMR vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een eigenstandige positie inneemt.
  • Van het bestuur mag verwacht worden dat het bestuur de GMR tijdig informeert op het moment dat er voornemens zijn tot belangrijke beleidsbeslissing. Omdat het verleggen van de verantwoordelijkheid bij school en bestuur een intensievere betrokkenheid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vereist, dient het bestuur de GMR vroegtijdig informatie te verstrekken, zodat de GMR voldoende ruimte krijgt zich te oriënteren over de eventuele gevolgen. De GMR moet er op kunnen vertrouwen dat het bestuur de bevoegdheden van de GMR serieus neemt.
  • Van het bestuur mag verwacht worden dat de ingebrachte stukken leesbaar zijn en zodanig worden toegelicht dat:
    -Het duidelijk is welk besluit er wordt gevraagd van de GMR
    -Het duidelijk is wat het concrete voorstel is.
  • Van het bestuur mag verwacht worden dat bij de ingebrachte stukken duidelijk wordt aangegeven welke consequenties er zijn voor welke partij. De consequenties dienen zo mogelijk uitgesplitst te worden per groep (kinderen, ouders, personeel en financiën). Hierdoor behoeft het personeel of de ouder niet meer zelf te achterhalen waar het om gaat.
  • Van het bestuur mag verwacht worden dat zij zich conformeert aan de principes voor goed bestuur van het primair onderwijs.